‹ Terug naar het overzicht

Reisverslag van de 2012 IHOPKC ACTS missie in DR Congo

... hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed ... Jesaja 56:7

De DRC
De Democratische Republiek Congo (DRC) is het armste land op aarde en ligt in het hart van Afrika. De provincie Noord-Kinu is rijk in mineralen, vol met gewelddadige rebellen groepen en heeft een lange geschiedenis van geweld en veel voorkomende brute verkrachting. De oorlog in Congo is met meer dan 5 miljoen doden tot nu toe het meest dodelijke conflict sinds WO2.

De School van Gebed
Op zondag 28 Oktober 2012 staken we de grens over naar Congo met een team de ACTS zendingsschool van IHOPKC en enkele leiders uit Kenya. In de twee weken erna hielden we een school van gebed in Goma, de provinciale hoofdstad van de provincie Noord Kivu, voor leiders vanuit verschillende dorpen uit het oorlogsgebied in Noord Kivu. 32 mensen deden mee en velen van hen hadden een gevaarlijke reis door oorlogsgebied achter de rug om te komen. Ze waren hongerig voor God en kwamen uit wanhopige omstandigheden. Natuurlijk was een van de grote vragen waar ze mee worstelden of God nog van hen hield of hen had afgewezen, omdat ze zoveel lijden. Twee weken lang konden we samen de Bijbel onderzoeken, geweldige tijden van gebed en aanbidding hebben en samen huilen in de aanwezigheid van God. Het resultaat van onze tijd in Goma was krachtig: de leiders ervoeren de liefde van God en zagen hoop herstelt in hun leven toen ze hernieuwde visie kregen om samen met God in gebed verandering te brengen in Noord Kivu.
Met hun hoop in de wederkomst verankert wijdden ze zich toe om nu te strijden voor gerechtigheid en 10 huizen van gebed te starten in Noord Kivu. De leiders bidden de Bijbel, brengen aanbidding in hun gebedstijden en vinden intimiteit in een God die juist heel veel om hen geeft en persoonlijk en vol liefde is.
De leiders waren zo bemoedigd dat ze een 3 dagen lange vervolg conferentie voor volgend jaar gepland hebben om verder te bouwen aan een gebedsbeweging in hun land. Op hun eigen initiatief en op eigen kosten willen ze opnieuw samen komen omdat hun harten zo diep geraakt waren door God in deze twee weken!

Nadat de school voorbij was reisde het grootste deel van ons team naar Kenia om daar het huis van gebed in Kitale te bemoedigen. De jongens bleven achter met mij in Congo.

Kalembe
Enkele van de leiders van onze school kwamen uit een klein dorpje genaamd Kalembe. Dit dorpje is ongeveer 7 uur rijden in Noord-westelijke richting vanuit Goma, in het oorlogsgebied. Ondanks dat het Congolese leger tegen rebellen vocht 9 km voorbij het dorpje en er dreiging was dat de rebellen Kalembe in zouden nemen hadden we het idee dat God wilde dat we er toch naar toe gingen. David Sliker, een van de leiders van IHOP vloog van Kansas City naar Congo om met ons mee te gaan naar Kalembe. In Kalembe ontmoetten we met de voorgangers van het dorpje en deelden onze visie over gebed en baden met ze.

Er hing een behoorlijk geladen sfeer in het dorpje en de meerderheid van de mensen waren gevlucht uit angst voor de rebellen. Er waren veel (dronken) soldaten in het dorp en vluchtelingen uit omliggende dorpen die door de rebellen waren ingenomen.

De mensen in dit dorp leiden veel onder de aanvallen van rebellen groepen die komen plunderen en vrouwen verkrachten. De dorpsbewoners begraven hun bestek en borden en bekers en andere spullen die ze hebben steeds in de grond om ervoor te zorgen dat het niet van ze genomen worden door de rebellen die zo vaak komen om te stelen.

Op de zondagochtend spraken we in drie verschillende kerken in het dorpje. Die avond ervoor vlak nadat we aangekomen waren had ik David Sliker verteld over een droom die ik verschillende keren had in het afgelopen jaar over een klein meisje uit Congo. In de droom redde ik een klein meisje omsingeld door dwaadaardige mannen en elke keer werd ik wakker met het idee van adoptie. Ondanks dat ik het gevoel had dat deze dromen van God waren, wist ik niet wat de betekenis verder was van deze dromen. Ik vertelde David dat ik misschien op een dag dat meisje zou tegen komen en haar adopteren. David zei dat het misschien niet ging om een letterlijk meisje adopteren maar over het adopteren van een plaats.
De volgende morgen toen ik de 15 minuten naar de kerk liep aan de andere kant van het dorpje zag ik veel kinderen. Ze noemen me allemaal 'Mzungu' (blanke) en steken hun duim op naar me. Maar ze houden afstand omdat ze het toch ook wel een beetje spannend vinden dat ik blank ben. Maar toen ik dicht bij de kerk was aangekomen zag een klein meisje me (het meisje uit mijn dromen) en ze rende op me af, riep mijn naam Daniel en omarmde me. Ze hield me stevig vast en stond een tijd lang stil tegen me aan met haar hoofd tegen mijn buik. Ze was anders dan alle andere kinderen en heel liefdevol naar me. Ze noemde me geen mzungu en stak haar duim niet op. Mboto, onze contactpersoon in Goma die met ons mee reisde was ook verrast. Hij zei dat er geen mogelijkheid was dat ze mijn naam zou kennen. God plaatste een grote liefde voor dit dorp in mijn hart en ik voelde dat God wilde dat ik me toe zou wijden aan dit dorp.
Na twee fantastische dagen in dit schitterende dorpje in het midden van een vreselijke oorlog gingen we weer terug naar Goma, de provinciale hoofdstad van Noord Kivu.

Oorlog in Goma
Op de weg terug hoorden we verontrustende berichten over de rebellen groep genaamd M23 die de stad Goma dreigden aan te vallen. Ze waren tot vlak bij de stad genadert en de VN, noch het Congolese leger had hen tegen kunnen houden in hun optocht naar de tweede grootste stad van Congo.
We zagen veel soldaten op de weg naar Goma en het lukte ons om de stad van de andere kant binnen te komen en naar het huis te gaan waar we de afgelopen weken verbleven hadden. Maar er hing een heel ongemakkelijke sfeer in de stad. De mensen waren bang voor M23.
David Sliker, Mwangi, onze leider uit Kenia, en de twee jongens uit het ACTS team besloten om snel hun spullen te pakken en direct de grens over te gaan naar Rwanda. (Goma ligt op de grens met Rwanda) Ik moest achterblijven omdat ik als Nederlander een visum nodig had en mijn visum was pas vanaf de volgende dag geldig. Maar die middag, letterlijk 10 minuten nadat de mannen de grens over waren, hoorden ze bommen af gaan en zwaar geschut. M23 was hun aanval op de stad begonnen. Ik zat helemaal aan de andere kant van de stad en had nog niets in de gaten.

Ik nam een motor taxi om ergens wat te gaan lunchen toen opeens een stroom aan autos en motors op ons af kwam. Meer en meer mensen kwamen, met bezorgde gezichten, langs racen. Toen vrouwen met kinderen rennen en schreeuwen, en mensen gebaarden naar ons dat we weg moesten wezen. M23 was de stad binnen gevallen en er werd zwaar gevochten.

De mannen belden me vanaf de grens en vertelden me over de bommen en het geschiet wat ze hoorden en dat ik zo snel mogelijk de stad uit moest en de grens over. Maar ik kon niet meer bij de grens komen omdat de rebellen met het leger vocht in het centrum waar ik doorheen moest om de grens aan de andere kant van de stad te bereiken. Ik zat vast.
Heel snel sloten overal alle winkels en de inwoners van de stad renden voor hun leven en verstopten zich in hun huizen.
Ik wachtte in het huis, belde Marlies om te vertellen dat ik vast zat en dat M23 de stad aan het aanvallen was en dat de jongens de grens over waren in Rwanda. Bij de grens was het snel een chaos geworden met duizenden vluchtelingen uit Goma.
Mboto, onze vriend en leider in Goma, stuurde die avond zijn drie oudste zoons naar mijn huis om bij mij te blijven die nacht. We baden samen in kaarslicht terwijl om ons heen bommen af gingen.
Het nieuws over deze aanval ging de hele wereld rond. Maar ook dat ik vast zat en over de hele wereld begonnen duizenden mensen te bidden voor mij en voor de leiders in Goma en omliggende dorpen die we getraind hadden. Vrienden, familie, huizen van gebed en de hele gemeenschap van IHOPKC waren allemaal aan het bidden voor de situatie en voor God om in te grijpen in Goma.
Ik ging met vrede in mijn hart naar bed en werd om 5 uur de volgende ochtend wakker met de geluiden van een nog steeds aanhoudend gevecht in de stad. Mboto kwam in de ochtend naar ons huis toe. Die hele dag probeerden we een manier te vinden voor mij om de stad uit te komen naar de grens terwijl we wachtten op nieuws wie er aan het winnen was in de stad. Gedurende de dag werd duidelijk dat M23 het leger aan het afmaken was en dat veel soldaten ook op de vlucht geslagen waren en dat M23 controle over de stad begon te krijgen.
De jongens probeerden in Rwanda, vanaf de grens, een boot te regelen om mij te redden omdat Goma aan een meer licht en ik niet ver van het water verbleef. Maar tevergeefs. Er werd geschoten op de beschikbare boten en ze gingen er snel vandoor.
Toen was er een ambulance van een ziekenhuis die me wel wilde ophalen en naar de grens brengen maar halverwege op weg om mij te halen raakte de brandstof op zonder dat ze ergens wat konden kopen. De ziekenhuizen stroomden ondertussen vol met gewonden en de kogels vlogen letterlijk over onze hoofden bij ons huis.

David Sliker en de andere jongens moesten toen de grens verlaten omdat het niet langer veilig was voor hen daar. Ze namen de bus naar Kigali, de hoofdstad van Rwanda en wachtten daar op mij in de hoop dat ik er uit zou komen.

Nadat de rebellen onze wijk veroverd hadden besloten we om te proberen met Mboto's motor door de stad te racen omdat het bijna donker werd. Dus Mboto's zoon vertrok om voorzichtig naar hun huis te lopen om de motor op te halen. Er waren geen auto's, motor's of mensen op straat te bekennen. Maar toen, helemaal uit het niets verscheen er een motor voor onze deur en de bestuurder vroeg of hij me ergens heen kon brengen!! Hij zei dat hij me overal heen kon brengen, ook naar de grens. Mboto en ik keken elkaar aan en bedachten dat dit van God was. Ik pakte snel mijn tas en we sprongen achterop de motor.

Deze man reed letterlijk dwars door de hele stad, langs rebellen en door verlaten straten. Hij wist precies waar er gevochten werd, waar er veel doden waren gevallen en hoe hij me veilig door de stad kon navigeren. De grens was in handen van de rebellen en ze stonden daar overal met hun grote geweren. Ik vroeg ze of ik er langs mocht maar ze stuurden me weg. Ik vertelde het aan onze motorrijder en hij zei dat hij nog een andere grensovergang wist waar ik er wel door zou kunnen komen. We reden er snel heen en daar waren geen rebellen en kwam ik erdoor. Aan de andere kant belde ik Marlies dat ik er uit was en vond een bus naar Kigali waar ik de jongens ontmoette die op me gewacht hadden.

Een gebedsbeweging geboren
Ik geloof dat God deze hele situatie gebruikte om letterlijk duizenden mensen te mobiliseren om te bidden voor Congo. Op veel plaatsen waar mensen baden voor mij werd er ook gebeden voor onze leiders en vrienden in Goma en de omliggende plaatsen die we getraind hadden in de school van gebed.
We waren naar Congo gegaan met een visie om 10 huizen van gebed te planten en baden voor een gebedsbeweging in Noor Kivu, de leiders omarmden de visie en een week later baden duizenden mensen voor hen en hun land. Dit kan het begin zijn van een gebedsbeweging die de kerk in Noord Kivu zal doen opwekken en gerechtigheid zal brengen.

Bedankt voor je gebed, voor mij en voor de DRC.

Daniel Hoogteijling